We laten graag bewoners en hun familie over hun ervaringen vertellen. Het kan u helpen om een beter beeld te krijgen van het wonen in een Fidesta huis. Alle ervaringen leest u hier
Ook zijn we aangesloten bij ZorgkaartNederland, een onafhankelijke website waar mensen hun ervaringen met de zorg delen. De waarderingen over de Fidesta huizen leest u hier

Fidesta Stienzerhiem

"Het is fijn dat ik weer gewoon haar dochter kan zijn, de dagelijkse zorgen zijn weg"

De moeder van Tineke Krol-van der Meij woont in Fidesta Stienzerhiem.
 
“Mem kon niet meer goed voor zichzelf zorgen. Ze was slecht ter been en ook geestelijk werd het minder. Ze heeft het in Fidesta Stienzerhiem zo naar de zin. Hier wonen is een uitkomst voor haar, ze is een stuk opgeknapt. Thuis vereenzaamde ze, hier wordt er om haar gedacht, ze heeft aanspraak, er is “even tiid foar in praatsje” en ze betrekken haar bij de dagelijkse dingen. De sfeer is huiselijk en warm. Het is lang geleden dat ik mem zo fleurig heb gezien. Eerder belde ze twee tot drie keer per dag. Dat doet ze niet meer.  Het is fijn dat ik weer gewoon haar dochter kan zijn, de dagelijkse zorgen zijn weg."
Fidesta Stienzerhiem

"Ik ha it hjir poerbêst"

Feikje Brouwer woont sinds vorig jaar in Fidesta Stienzerhiem.
 
Ze verliet na 42,5 jaar haar vertrouwde stek in Britsum. “Ik ha it hjir poerbëst”, zegt ze opgewekt, maar het was wel wennen. “Het besef dat ik niet meer terugkom in Britsum, daar heb ik het wel moeilijk mee gehad.” Lichamelijke ongemakken deden mevrouw Brouwer doen besluiten om te verhuizen. “Ik vertrouwde mezelf thuis niet meer, maar ik ben te goed voor een verpleeghuis. Het idee dat er altijd iemand snel bij me kan zijn, geeft rust. Ik ben hier niet alleen.”
Op bijzondere dagen eet Feikje Brouwer mee met de groep, maar meestal eet ze in haar eigen appartement. Ze doet wel vaak mee aan de activiteiten die worden georganiseerd. “Ek al komme der noch in soad minsken by my op besite, ik fyn it fijn dat ik de gesellichheid sa tichtby ha. Ik wie went om myn eigen beantsjes te dopjen en dat kin hjir noch hieltyd.”